Nieuws
Nieuws

Nieuws

Gerrit Willem Dijsselhof en zijn betoverende onderwaterwereld

Gerrit Willem Dijsselhof; hoe vissen zijn handelsmerk werden Dijsselhof wordt vandaag de dag herinnerd aan zijn grote oeuvre van schilderijen van vissen in aquaria. Een vijftal van die schilderijen wordt aangeboden in deze veiling

 en geeft ons de perfecte aanleiding om deze kunstenaar uit te lichten. Wie was Gerrit Willem Dijsselhof? Wat maakt zijn werken zo bijzonder, waarom koos hij voor deze niche en hoe kwamen zijn schilderijen tot stand? Het zijn allemaal vragen die in ons opkomen als we kijken naar zijn prachtige mystieke verbeeldingen van vissen.
Gerrit Willem Dijsselhof werd in 1866 geboren in een klein boeren gehucht in de buurt van Zwolle. Een jaar langt volgt Dijsselhof tekenlessen bij de zeeschilder jkhr Jacob. E. van Heemskerck van Beest (1828-1894) waarna hij zich, op diens aanraden, in 1882 in heeft geschreven voor de Academie van Beeldende kunst in Den Haag. Dijsselhof bleek een talent en ontvangt gedurende zijn opleiding meerdere onderscheidingen en medailles. Dijsselhof vervolgde in 1884 zijn opleiding in Amsterdam; eerst op de Teekenschool en daarna als gast leerling aan de Rijksschool voor kunstnijverheid, waar onder leiding van directeur Cuypers de toegepaste kunst bezig is aan een terugkeer. Hij raakte bevriend met Theo Nieuwenhuis en Joseph Mendes da Costa en onder aanvoering van Dijsselhof storten ze zich op het gedachtegoed van de opkomende Engelse Arts & Crafts beweging van William Morris. In eerste instantie ambieerde Dijsselhof dan ook een bestaan als ambachtsman en ontwerper van meubels en interieurs en werd hij aanvoerder van de Nieuwe kunst in Nederland.
Interessant genoeg werd Dijsselhof’s doorbraak gekenmerkt door de verkoop van aquarellen met daarop voorstellingen van vissen. Op de tentoonstelling van Architectura et Amicitiae, gehouden in februari 1891 op het Damrak te Amsterdam, was men zeer onder de indruk van zijn aquariumstukken. Bijna alle aquarellen werden verkocht waarvan het merendeel aan collega kunstenaars w.o. Mesdag en Breitner. Geheel toevallig was zijn onderwerpkeuze overigens niet; reeds in 1883 was in de Amsterdamse dierentuin Artis een nieuw hyper modern aquarium geopend. Studiebezoeken aan Artis behoorde in die jaren standaard tot de opleiding aan de kunstacademie en Dijsselhof moet zich in die jaren ‘80 vol bewondering op aquarium gestort hebben. In de periode 1894-1896 was Dijsselhof zelfs buitengewoon lid van de dierentuin en kon hij Artis onbeperkt bezoeken.
De combinatie tussen dierstudies en zijn voorliefde voor de Arts & Crafts beweging vormden uiteindelijk de basis van zijn bijzondere en zeer persoonlijke vormentaal en vakmanschap. Hij specialiseerde zich uiteindelijk in de bewerking van batikdoeken, stofdessins en decorontwerpen. Zijn eerste, en helaas ook enige, grote ontwerpopdracht kreeg Dijsselhof in 1895 van de huidarts Willem van Hoorn, die hem vroeg een kamer te ontwerpen voor zijn huis in Amsterdam. Het resultaat is een gesammtkunstwerk; de gehele ruimte is uitgevoerd in één stijl en het resultaat is een esdoornhouten interieur met paneeldecoraties en batikdoeken met bijzondere dessins vol vissen, vogels en insecten. Voor de uitvoering van zijn ontwerp vroeg hij de textielkunstenares Willy Kachenius (Mojokerto 1865-1960) om hulp, met wie hij in uiteindelijk in 1898 in het huwelijk zou treden. Ruim vijf jaar werkte hij aan deze opdracht en het resultaat is prachtig: de “Dijsselhofkamer” is vandaag de dag nog steeds te bezoeken in het Haags Gemeentemuseum.
Een moeizame periode volgt voor Dijsselhof, waarin een échte doorbraak helaas is gebelven. Brieven, krantenarchieven, kunstkritieken en andere eigentijdse bronnen geven één ding aan: Men is zeer onder de indruk van zijn ontwerpen en talent. Echter een voorspoedige carrière als meubelontwerper komt niet van de grond. Ook de oprichting van een meubelwerkplaats bij de firma E. Wisselingh&Co te Amsterdam in 1897, samen met Theo Nieuwenhuis en Lion Cachet, levert niet de gewenste opdrachten. Men vermoed dan ook dat het uitblijven van succes en de geboorte van zijn dochter aanleiding moeten zijn geweest voor de ommezwaai in zijn kunstenaarsbestaan. Dijsselhof valt terug op het onderwerp van zijn eerste doorbraak: vissen.
Een vis zwemt en beweegt snel en onverwachts door zijn aquarium; het is dan ook niet moeilijk om te bedenken hoe lastig het voor Dijsselhof moet zijn geweest om een vis nauwkeurig en natuurgetrouw na te tekenen. De positie en het gezichtspunt van zijn zwemmende ‘clienten’ veranderde constant. Dijsselhof bracht uren tekenend door in Artis en maakte een groot aantal studies van de diverse vissoorten die er rondzwommen. De onderwaterwereld heeft als enige oriëntatiepunt de bodem. Daadwerkelijke diepte is heel moeilijk te zien wat het weergeven van een juist perspectief en sterke compositie heel moeilijk maakt. Toch is Dijsselhof er op meesterlijke wijze in geslaagd om de vissen weer te geven in hun natuurlijke habitat. Door middel van waterplanten en verschil in kleur en scherpte wordt diepte gesuggereerd. Pas in zijn atelier boog hij zich, met een studie in olieverf of aquarel, over een gefantaseerde compositie. Op basis van zo’n studie werkte hij dan een kunstwerk uit.
Zijn vissen zweven letterlijk en figuurlijk ‘tussen licht en duister’ door de natuurgetrouwe weergave van de vissen en het knappe, bijna mystieke, gebruik van licht. Bovenal is de suggestie van beweging, die zo onlosmakelijk bij vissen hoort, zeer goed uitgevoerd door zijn gebruik van een impressionistische toets. Weloverwogen of niet; Dijsselhof’s keus om ‘vissenschilder’ te worden was zeer succesvol. Zijn schilderijen zijn om bij weg te dromen en nemen ons steeds weer opnieuw mee naar de magische wereld onderwater.

« Terug